Stap 2: Het lokaal overleg is de motor van een lokaal alcohol- en drugbeleid

Het lokaal overleg vormt de motor van het lokaal alcohol- en drugbeleid. Dit overleg wordt samengesteld met verschillende betrokken partners (stakeholders) uit de gemeente of stad. Vele lokale actoren (organisaties, …) werken reeds (rechtstreeks of onrechtstreeks) rond het alcohol- en drugthema. Vaak echter vanuit hun eigen invalshoek en context. Vanuit het lokaal overleg kunnen de verschillende stakeholders hun visie, aanpak en expertise op elkaar afstemmen om zo tot breed gedragen beleidsadviezen te komen voor een lange termijn alcohol- en drugbeleid. Deze groep zal dus belangrijke beslissingen en accenten voor zijn rekening nemen.

Tips voor Lokaal Overleg

Wie zijn mogelijke lokale partners?

Gezondheid huisarts, apotheker, maatschappelijk werker, psycholoog van het CGG, CGG-preventiewerker alcohol en drugs, begeleider van het MSOC, LOGO-medewerker, spoedarts, …
Welzijn OCMW-medewerker, straathoekwerker, JAC- of CAW-medewerker, …
Veiligheid en Justitie wijkagent, commissaris, …
Vrije tijd sportclubuitbater, lid van de plaatselijke toneelkring, seniorenraadslid, vertegenwoordiger van de ouderraad, voorzitter van de gezinsbond …
Onderwijs leerkracht, schooldirectie, CLB-medewerker, …
Jeugd verantwoordelijke van het jeugdhuis, scoutsleider, …
Uitgaan cafébaas, barman, security, clubuitbater, festivalorganisator, peer support organisatie, …
Lokaal bestuur drugscoördinator, jeugdambtenaar, horecacoach, lokale preventiewerker, schepen, …
Arbeid lokale middenstand, bedrijvencentrum, …

Wat zijn mogelijke kanalen om lokale partners te vinden?

  • adviesraden van de gemeente of stad
  • bestaande overlegplatforms of werkgroepen
  • lokale gangmakers en hun netwerk
  • oproep in de lokale krant
  • de ouderraad van verschillende scholen
  • via gekende sleutelfiguren in de betrokken sectoren

Indien er al een overleg bestaat in de gemeente of stad dat aansluit bij het thema alcohol en andere drugs en waar men bovendien over tijd en middelen beschikt om te werken aan een lokaal alcohol- en drugbeleid, kan overwogen worden om met deze groep aan de slag te gaan. Zo nodig kan deze groep uitgebreid worden met andere relevante partners.

  • Een grote groep biedt als voordeel dat vele mensen bereikt worden en dat vele sectoren mee participeren. Het draagvlak is bijgevolg zeer groot. Een nadeel kan zijn dat een vergadering met veel deelnemers soms moeilijk werkbaar is en dus meer voorbereiding vraagt. In dat geval kan er gewerkt worden met een stuurgroep die advies en goedkeuring geeft en daarnaast een of meerdere werkgroepen die aan de slag gaan.
  • Een kleine groep biedt het voordeel dat het vergaderen vaak efficiënter gebeurt en dat er makkelijker een consensus omtrent acties en voorstellen bereikt wordt. Er moet dan wel over gewaakt worden dat het draagvlak groot genoeg blijft.
  • Er kan ook voor een combinatie van beide systemen gekozen worden: regelmatig samenkomen met een kleine stuurgroep, die acties uitwerkt. Daarnaast kan af en toe een groot lokaal overleg samengeroepen worden. Hier worden de genomen voorstellen en acties besproken en wordt er een akkoord gevraagd.

Wanneer de groep is samengesteld is één van de eerste taken het uitklaren en definiëren van de verschillende rollen en verantwoordelijkheden van de deelnemers aan het overleg. Leden hebben immers andere achtergronden en komen uit verschillende werkcontexten. Een leerlingbegeleider zal een situatie met een druggebruikende jongere bijvoorbeeld anders aanpakken dan een politieagent. Het zien en zelfs aanmoedigen van verschillen, met respect voor elkaars mogelijkheden en grenzen, zal ervoor zorgen dat er een veilig klimaat ontstaat. Het biedt ook de mogelijkheid aan de leden om vanuit hun deskundigheid te vertrekken. Maak samenwerkingsafspraken daarom zo concreet mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een samenwerkingsprotocol. Indien dit niet haalbaar is kunnen afspraken ook mondeling gemaakt worden. Herinner de deelnemers in dat geval regelmatig aan de gemaakte afspraken. Besteed in elk geval aandacht aan de taakverdeling en de tijd die het project gaat kosten, tot op het niveau van benodigde personeelsuren. Zo voorkom je dat taken niet meer worden uitgevoerd omdat iemand bijvoorbeeld een andere functie krijgt.

Binnen het lokaal overleg is er een lokale coördinator nodig die de juiste sfeer oproept, iedereen motiveert en mogelijke problemen oplost. Een goede coördinator is een netwerker, heeft ervaring in projectmatig werken, kent de lokale gevoeligheden en stimuleert de groep. Deze coördinator is idealiter iemand van de gemeente of stad (bijvoorbeeld de lokale of intergemeentelijke preventiewerker) die wordt bijgestaan door de regionale CGG-preventiewerker alcohol en drugs.

Voorwaarden voor een goede dynamiek in en betrokkenheid bij het lokaal overleg:

  • Erkenning bieden aan de leden van het overleg:
    • Start het overleg vanuit de erkenning van de leden. Sommigen hebben een grotere betrokkenheid dan anderen.
    • Schenk aandacht aan de 'return'. Het is deugddoend voor mensen als zij iets terugkrijgen voor hun inzet.
    • Positief bekrachtigen, persoonlijke vernoeming in publicaties, …
  • Creëer een veilig kader waarin iedereen vrijuit zijn mening kan geven en ideeën aanbrengen:
    • Ruimte om na te denken en verschillende meningen te delen.
    • Belangrijk dat de partners elkaar regelmatig zien en samen rond de tafel zitten.
  • Maak duidelijke samenwerkingsafspraken tussen de partners.