Dossier ADHD en middelengebruik

ADHD is een aandachtsstoornis die gepaard gaat met hyperactiviteit. Het komt voor bij bij 3 à 5% van alle kinderen en vaker bij jongens dan bij meisjes. Het komt minder vaak voor bij volwassenen (1 à 3%) en evenveel bij mannen als bij vrouwen.

Diagnose van ADHD gebeurt in regel op basis van de DSM-IV-criteria, hoewel de bruikbaarheid van deze criteria bij volwassenen onderwerp van discussie is. Bovendien komt ADHD samen met andere stoornissen voor, in de eerste plaats met gedragsstoornissen, maar ook met tal van andere mogelijke stoornissen en problemen. Deze comorbiditeit bemoeilijkt de diagnose.

Behandeling van ADHD

ADHD wordt meestal behandeld met het stimulerende product methylfenidaat, dat inwerkt op de neurotransmitter dopamine. Veruit het meest gebruikte geneesmiddel is Rilatine®. In ongeveer 70 à 80% van de gevallen levert de behandeling met Rilatine® positieve resultaten op. In de overige 20 à 30% zijn de bijwerkingen te sterk of is de efficiëntie niet afdoende aantoonbaar.

De verkoop van Rilatine® kende de laatste jaren ook in België een exponentiële groei. Het spectaculair stijgende gebruik van Rilatine verhoogt de kans dat het product door sommigen wordt misbruikt, bijvoorbeeld als straatdrug of als leerpil.

Het gebruik ervan in de behandeling van ADHD is onderwerp van een soms hevige polemiek.

ADHD, ADHD-medicatie en problematisch middelengebruik

Meerdere onderzoeken leggen een link tussen ADHD en verhoogd gebruik van cocaïne, cannabis, tabak en alcohol. Maar die relatie zou eerder te verklaren zijn door de aanwezigheid van comorbide stoornissen, in de eerste plaats gedragsstoornissen. De zelfmedicatiehypothese wordt vaak aangehaald om de link tussen ADHD en middelengebruik te duiden: personen met ADHD zouden roesmiddelen gebruiken om de ADHD-symptomen te onderdrukken.

Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat het gebruik van methylfenidaat op jongere leeftijd zou leiden tot een verhoogde kans op (problematisch) middelengebruik op latere leeftijd.

ADHD in de hulpverlening

ADHD komt vaak voor bij cliënten in de alcohol- en drughulpverlening. Cliënten met ADHD vertonen ook een meer uitgesproken gebruik (polygebruik, piekgebruik). Ze vertonen ook minder goede resultaten in de behandeling van hun alcohol- en/of drugprobleem.

De behandeling van ADHD bij cliënten in de alcohol- en drughulpverlening is een complex gegeven. Bovendien is de diagnostiek bij volwassenen erg moeilijk.

Omdat comorbiditeit veel voorkomt, wordt behandeling best ook multidimensioneel georganiseerd, met vooral aandacht voor medicinale behandeling van ADHD, psycho-educatie, gedragstherapie, coaching en lotgenotencontact.

ADHD in preventiewerk

Door de toegenomen publieke aandacht voor ADHD en Rilatine® is er ook meer vraag naar informatie hierover. Het is belangrijk om duidelijke informatie te geven over ADHD, de diagnose en eventuele behandelingsstappen. Vroegtijdige detectie door opvoeders (ouders, scholen) is hierin zeer belangrijk. Oog hebben voor signalen en het bespreken van en omgaan met middelengebruik vormen de hoekstenen van een goede aanpak. Maar screening en diagnose moeten zorgvuldig en vakkundig gebeuren. Rilatine® verstrekken aan kinderen en jongeren zonder duidelijke ADHD-symptomen is absoluut te vermijden.

VAD publiceerde in 2010 een Good Clinical Practice in de herkenning en behandeling van ADHD bij (jong)volwassenen met verslavingsproblemen.

  • Richtlijnen voor de diagnose en behandeling van ADHD bij (jong)volwassenen met een verslavingsproblematiek | draaiboek

    Deze richtlijn is gericht naar clinici, meer bepaald artsen, psychiaters en ...
    Download hier - Lees meer...