Wetgeving over gokken

Een belangrijke wet die het gokken in België in goede banen tracht te leiden, is de Wet op de kansspelen, de kansspelinrichting en de bescherming van de spelers van 7 mei 1999.

De wet van 10 januari 2010 wijzigt deze Kansspelwet grondig. Hij trad in werking op 1 januari 2011 en wordt verder geconcretiseerd door de uitvoeringsbesluiten van de respectieve wetartikels die in de loop van 2011 verschijnen in het Belgisch Staatsblad.

Het Belgisch Kansspelbeleid is gericht op de bescherming van de speler, financiële transparantie en controle op de geldstromen, op het spel en de identificatie van en controle op de organisatoren van kansspelen.

Het basisprincipe blijft dat alle kansspelen verboden zijn, behalve diegene die vergund zijn.

Negen soorten vergunningen en drie aanvullende vergunningen:

  1. Vergunning A voor kansspelinrichtingen klasse I: de casino's. Er zijn 9 casino's toegelaten in België. Je kan een casino bezoeken vanaf 21 jaar. Bij de ingang moet men zich laten registreren (naam, voornaam, beroep en adres, kopij van de identiteitskaart, handtekening). De vergunning geldt voor 15 jaar. Er zijn zowel tafelspelen als automatische spelen. Het gemiddeld uurverlies is vastgelegd op 70 Euro per speelkast.
    Aanvullende vergunning voor internetspelen van casino's: vergunning A+.

    Duur vergunning A+ is gekoppeld aan de geldigheidsduur van de vergunning voor de reële inrichting. Verboden voor personen beneden de 21 jaar. 
  2. Vergunning B voor kansspelinrichtingen klasse II: de speelautomatenhallen.
    Er zijn 180 speelautomatenhallen toegelaten in België. Je kan een speelautomatenhal bezoeken vanaf 21 jaar. Het gemiddeld uurverlies is vastgelegd op 25 euro. Elke speler moet zich laten registreren en er mag geen bar of restaurant in de speelzaal uitgebaat worden. De vergunning geldt voor 9 jaar. De eigenaar moet een convenant met de gemeente waar de hal gevestigd is afsluiten.

    Aanvullende vergunning voor internetspelen van speelautomatenhallen: vergunning B+.

    Duur vergunning B+ gekoppeld aan de geldigheidsduur van de vergunning voor de reële inrichting. Verboden voor personen beneden de 21 jaar.
  3. Vergunning C voor kansspelinrichtingen klasse III: de drankgelegenheden.
    Een café kan een vergunning krijgen om maximaal 2 toestellen uit te baten, namelijk de bingo en de one-ball. Je kan vanaf 18 jaar hierop spelen. Het maximaal uurverlies is vastgelegd op 12,5 euro. Er is geen registratie van de spelers verplicht. Vergunning is geldig voor vijf jaar.
  4. Vergunning klasse D: voor het personeel dat in een casino, speelautomatenhal of wedkantoor werkt.
  5. Vergunning E voor de verkoop, verhuur, leasing, levering, terbeschikkingstelling, invoer, uitvoer, productie en diensten inzake onderhoud, herstellingen en uitrusting van kansspelen. Vergunning geldt voor 10 jaar.
  6. Vergunning F1 voor de inrichters van weddenschappen. Zij staan in voor de organisatie van de weddenschappen  (bv. Multinationals zoals Ladbrokes en Stanleybet, paardenrenverenigingen). Vergunning is geldig voor 9 jaar. Aantal vergunningen is in België beperkt tot 34.
    Aanvullende vergunning voor internetspelen van de inrichters van weddenschappen: vergunning F+.

    Deze spelen op het internet zijn verboden voor minderjarigen.
  7. Vergunning F2 voor kansspelinrichtingen klasse IV: de wedkantoren. Geldig voor 9 jaar.
    De wedkantoren nemen weddenschappen aan in eigen naam maar voor rekening van de vergunninghouder F1 die de betreffende weddenschappen inricht. Wedkantoren zijn de verkopers van de weddenschap aan de gokker.
    Wedkantoren zijn enkel toegelaten voor meerderjarigen.
    Er zijn vaste en mobiele wedkantoren.

    Een mobiel wedkantoor is een tijdelijke inrichting, duidelijk afgebakend in de ruimte, die wordt geëxploiteerd ter gelegenheid, voor de duur en op de plaats van een evenement, een sportwedstrijd of een sportcompetitie. Er worden maximaal 60 mobiele wedkantoren vergund.

    Een vast wedkantoor mag naast het aannemen van weddenschappen ook twee automatische kansspelen uitbaten. Op deze toestellen kan men enkel wedden op virtuele evenementen, zoals virtuele paardenraces.

    Het gaat om toestellen waarop slechts één persoon kan spelen; er mogen geen gelijkenissen zijn met spelen toegelaten in kansspelinrichtingen van een ander klasse (casino's en speelautomatenhallen) Er dient gebruik gemaakt van de elektronische identiteitskaart. Gemiddelde uurverlies niet hoger dan 12,50 Euro. Minimumduur van een spel 3 seconden.

    Bij een vergunningsaanvraag voor een vaste kansspelinrichting klasse IV dient een advies van de burgemeester te worden gevoegd. In het advies zal moeten worden aangegeven of er bezwaren zijn met betrekking tot de aanneming van weddenschappen en de plaatsing van maximaal 2 elektronische kansspelen in het betreffende wedkantoor. Indien dit het geval is, zal moeten aangegeven worden waarom. Het advies is niet bindend voor de Kansspelcommissie.

    Maximaal 1000 vaste wedkantoren worden vergund. Weddenschappen boven 1000 euro moeten worden geregistreerd (identificatie speler).

    Weddenschappen buiten kansspelinrichtingen klasse IV (vergunning F2): als nevenactiviteit door dagbladhandelaars.

    Uitsluitend weddenschappen op Belgische paardenwedrennen en weddenschappen op sporten zijn er toegelaten. De aanneming van weddenschappen door dagbladhandelaars mag niet meer bedragen dan 49% van hun totale omzet (dit om te vermijden dat het uitgroeit tot een wedkantoor). Aanneming van de weddenschap kan enkel via een weddenschapsterminal die rechtstreeks in verbinding staat met de server van inrichter van de weddenschappen (vergunninghouder F1). De inzet mag niet hoger zijn dan 200 euro.

    Reclame voor weddenschappen, zowel langs de straatzijde  als in de winkelruimte zelf, mag maximaal 1/3 op de aanneming van de weddenschappen gericht zijn. Anderzijds mag de aanneming van weddenschappen niet meer dan 1/5 van de totale winkelruimte in beslag nemen.

    Weddenschappen buiten de kansspelinrichtingen klasse IV: binnen de omheining van de renbaan Weddenschappen boven 1000 euro worden geregistreerd (identiteitsgegevens speler).

    De wetgever verbiedt weddenschappen op een gebeurtenis of activiteit die strijdig is met de openbare orde of de goede zeden. Daarnaast is er een verbod op weddenschappen op evenementen of gebeurtenissen waarvan de uitslag reeds gekend is of waarbij de onzekere gebeurtenis reeds heeft plaatsgevonden.
  8. Vergunning G1 voor televisiespelen (belspelen).
    Vergunning toegekend voor 5 jaar.
    Verboden voor minderjarigen.
    Kosten per oproep, met inbegrip van sms-communicatie, bedragen minimaal 0,50 euro en maximaal 2 euro.
    Er kan maximaal 5000 euro in geld of een materieel voordeel van gelijke waarde aangeboden worden per spelduur.
    De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het gratis informeren van de bellers wanneer deze meer dan 50 euro per etmaal hebben gespendeerd.
    De vergunninghouder maakt aan de Kansspelcommissie maandelijks een lijst over van de bellers die vijfmaal het bedrag van 50 euro overschreden hebben binnen een tijdspanne van 15 dagen.
    De Kansspelcommisie verwittigt deze spelers over hun verbruik via een schrijven waarin de procedure om de telefoondienst gratis te blokkeren wordt uiteengezet.
  9. Vergunning G2 voor kansspelen via andere media zoals radiospelen en spelen via de gedrukte pers
    Geldig voor 1 jaar

Bescherming van de speler

Mensen die problemen hebben met gokken, kunnen zich (via de Kansspelcommissie in Brussel) laten registreren voor een toegangsverbod bij casino's  (klasse I) en speelautomatenhallen (klasse II). De wetswijziging breidt het toegangsverbod uit naar 'kansspelen waarvoor een registratieplicht geldt'. Dus ook voor de (vergunde) spelen via internet heeft men dan een toegangsverbod.

Daarnaast kan elke 'belanghebbende' een verzoek tot toegangsverbod voor een persoon met een gokverslaving bij de Kansspelcommissie indienen. Dit kan voor casino's, speelautomatenhallen en de spelen via internet van casino's en speelautomatenhallen (internetspelen met een vergunning  A+ en B+ van de Kansspelcommissie).
Het KB van 21 juli definieert de term 'belanghebbende' niet.
Het verzoek dient aan de Kansspelcommissie te worden overgemaakt door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending. Het verzoek moet worden gemotiveerd en een beschrijving bevatten van het probleem van gokverslaving. Stukken tot staving daarvan kunnen worden toegevoegd. De persoon tegenover wie het toegangsverbod wordt gevraagd, wordt door de Kansspelcommissie uitgenodigd om zijn verweermiddelen naar voor te brengen. Hij of zij kan zich daartoe laten bijstaan door een raadsman. Indien de Kansspelcommissie tot de vaststelling komt dat er inderdaad sprake is van gokverslaving zal ze het toegangsverbod opleggen en de betrokkene laten registreren in de databank bevattende de gegevens van de tot de kansspelen uitgesloten personen (EPIS-databank). De beslissing van de Kansspelcommissie wordt meegedeeld aan de betrokkene en de belanghebbende.

Na verloop van een jaar kan de speler de Kansspelcommissie verzoeken om het toegangsverbod op te heffen. De Kansspelcommissie nodigt de betrokken speler uit om zijn verweermiddelen naar voor te brengen vooraleer een beslissing te nemen. De betrokken speler kan zich laten bijstaan door een raadsman. De Kansspelcommissie stelt de belanghebbende die om het toegangsverbod verzocht, in kennis van het verzoek tot opheffing van het toegangsverbod. De beslissing van de Kansspelcommissie wordt aan de betrokkene en de belanghebbende meegedeeld.

Ook bepaalde beroepsgroepen hebben geen toegang tot de casino's, speelautomatenhallen en vergunde online kansspelen in België onder andere politiefunctionarissen, magistraten, griffiers, notarissen.

Daarnaast wordt aan bepaalde categorieën van personen de toegang geweigerd, zoals personen in staat van verlengde minderjarigheid, onbekwaamverklaarden op verzoek van hun wettelijke vertegenwoordiger of van hun gerechtelijke raadsman.

Personen voor wie de aanvraag tot collectieve schuldenregeling toelaatbaar werd verklaard, worden met de wet van 10/01/2010  de toegang geweigerd.

Nieuw in de laatste wet is dat de speler strafbaar gesteld wordt wanneer hij deelneemt aan een kansspel waarvan hij weet dat het niet vergund, dus illegaal is.

Vallen niet onder wet op de kansspelen:

  • sportbeoefening
  • spelen die aan de speler  of gokker geen ander voordeel opleveren dan het recht om maximaal vijf keer gratis te spelen
  • kaart- of gezelschapspelen uitgeoefend buiten de kansspelinrichtingen klasse I en II die slechts een beperkte inzet vereisen en aan de speler of gokker  slechts een materieel voordeel van geringe waarde kunnen opleveren
  • spelen uitgebaat door pretparken of door kermisexploitanten naar aanleiding van kermissen, handelsbeurzen met een beperkte inzet en een materieel voordeel van geringe waarde opleveren
  • spelen die occasioneel en maximaal vier keer per jaar worden ingericht door een plaatselijke vereniging ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis of door een feitelijke vereniging met een sociaal of liefdadig doel of een vereniging zonder winstgevend oogmerk ten behoeve van een sociaal of liefdadig doel met een beperkte inzet en een materieel voordeel van geringe waarde opleveren
  • spelen van de Nationale Loterij (weddenschappen van de Nationale Loterij vallen wel onder de Kansspelwet)
  • loterijen

top