Interventieontwikkeling: doelgroepen, doelen en interventie

"In I-Plan worden doelstellingen en te behalen meetpunten op voorhand duidelijk omschreven; dit biedt een duidelijke richting voor de rest van het proces" - Intergemeentelijke preventiewerkers Oost-Vlaanderen

In de fase van interventieontwikkeling omschrijft u duidelijk op welke doelgroep u zich richt, bepaalt u op welke doelstellingen u zich richt, hoe de interventie of de activiteit er precies moet uitzien en waarom. Hierbij zijn er drie belangrijke vragen die u zichzelf kan stellen.

Doelgroepen: Wie zijn de doelgroep(en) van het project?

Probeer ook relevante kenmerken van de doelgroep(en) in kaart te brengen, zoals demografische kenmerken, motivatie en mogelijkheden en bereikbaarheid (via welke kanalen kan men deze doelgroep(en) bereiken?). U kan hierbij het onderscheid maken tussen de uiteindelijke doelgroep (aan wiens gedrag u wil werken) en de intermediaire doelgroepen (via wie u dit wil doen).

 

Doelen: Wat zijn de doelen van het project?

Op basis van de gemaakte analyses in het vooronderzoek kan u nu prioriteiten stellen en doelen kiezen, waarbij u twee niveaus van interventiedoelen kan onderscheiden: tussendoelen (op basis van de determinantenanalyse) en einddoelen (op basis van de probleemanalyse).
Zorg er verder voor dat de interventiedoelen SMART zijn: specifiek, meetbaar, aanvaardbaar, realistisch en tijdgebonden.

 

Interventie: Welke interventie wordt ontwikkeld om deze doelen te realiseren?

Benoem de gekozen interventie(s) en achterliggende strategieën, en probeer deze keuze zo veel mogelijk te onderbouwen. U kan zich hierbij baseren op eerdere eigen ervaringen met de interventie(s) en/of op bestaand onderzoek. Let ook op de duur, intensiteit en timing van de interventie(s), de afstemming op de doelgroep, de haalbaarheid in de praktijk en de samenhang tussen verschillende interventies / activiteiten. Doe indien mogelijk een pretest.