Een beleid opzetten

Alcohol- en ander druggebruik is een realiteit in onze samenleving, ook in de bijzondere jeugdzorg. Jongeren komen in aanraking met drugs: hoofdzakelijk alcohol, tabak en medicatie, maar ook cannabis en in beperkte mate andere illegale drugs. De doelstelling van drugpreventie is problematisch middelengebruik voorkomen en het welzijn en de gezondheid bevorderen.

Een gemeenschappelijke visie vormt het fundament van een drugbeleid in een voorziening. Met het uitwerken van een gemeenschappelijke visie geeft de voorziening een antwoord op de vraag 'Hoe staan wij tegenover drugs en druggebruik?'. Het antwoord op deze vraag moet kaderen in het algemene pedagogische beleid van de voorziening. In het verlengde van de visie wordt ook de doelstelling van het drugbeleid geformuleerd, met andere woorden: wat wil men bereiken met het drugbeleid?

Een drugbeleid bestaat verder uit volgende pijlers:

Regelgeving

In deze pijler verduidelijkt de voorziening welk gedrag met betrekking tot drugs en druggebruik verwacht wordt en bakent ze af welk gedrag onaanvaardbaar is. Met andere woorden: wat zijn de regels met betrekking tot bezit, gebruik, onder invloed zijn, doorgeven en dealen van alcohol en andere drugs in de voorziening? Gelden dezelfde regels voor de verschillende middelen en voor de verschillende leeftijdsgroepen? Hoe bakent de voorziening af waar en wanneer deze regels gelden? Duidelijke regels geven zowel aan begeleiders als aan jongeren meer zekerheid over wat kan en niet kan. Het is belangrijk deze regels in een aangepaste vorm te gieten en bekend te maken, bijvoorbeeld via het huisreglement.

Vervolgens worden de procedures uitgewerkt die de voorziening volgt wanneer de regels worden overtreden of wanneer er een vermoeden van regelovertreding rijst. Een duidelijke taakverdeling voor wie reageert en hoe er gereageerd wordt, zorgt voor een transparante en consequente aanpak. Jongeren, begeleiders, ouders en verwijzers weten waar ze aan toe zijn.

Begeleiding

In deze pijler tekent de voorziening de stappen uit die ondernomen worden wanneer een jongere minder goed functioneert ten gevolge van drugproblemen. Bij begeleiding wordt individugericht en soms ook groepsgericht gewerkt vanuit een bezorgdheid om het functioneren van de jongere. Er wordt stilgestaan bij wie welke taak en rol opneemt bij het signaleren en opvolgen van jongeren met drugproblemen, het begeleiden en eventueel samenwerken met of doorverwijzen naar externe diensten.

Educatie

In de pijler educatie werkt de voorziening een actieplan uit voor het educatief werken rond de drugthematiek met alle jongeren. Educatie omvat voorlichting en vorming van jongeren om hen te sensibiliseren, te informeren en vaardigheden bij te brengen in het omgaan met alcohol en andere drugs.

Structurele maatregelen

Dit actieplan wordt ondersteund door structurele maatregelen. Op die manier zorgt de voorziening voor een continu en effectief preventieaanbod op lange termijn. Structurele maatregelen zijn gericht op het creëren van een ondersteunende omgeving voor de jongeren: een positief leefklimaat, open communicatie, openheid voor de initiatieven van jongeren, mogelijkheid tot inspraak voor de jongeren, mogelijkheid om verantwoordelijkheid op te nemen,… Ook ingrepen in de infrastructuur kunnen bijdragen tot een ondersteunende omgeving: een aangename leefomgeving, een gezellige vrijetijdsruimte, oog voor de privacy van de jongeren,…


Alle pijlers zijn belangrijk en complementair aan elkaar. De ene pijler kan de andere niet vervangen. Het succes van het beleid neemt toe naarmate de verschillende pijlers evenwichtig worden uitgewerkt.